Met een frisse wind in het gezicht scheer ik op de fiets Burnside af. De herfst kondigt zich aan in Portland. Bomen beginnen te verkleuren en hun lange schaduwen onderbreken de warme gloed van de laagstaande zon. De Voodoo Doughnut waar ik elke dag langs kom is afgezet. Er staat voor het eerst in zes maanden geen rij. Bij de Willamette aangekomen draai ik naar het zuiden. Het aantal zwervers dat aan het water overnacht lijkt afgenomen, evenals het aantal hardlopers. Ze trainen waarschijnlijk -net als ik- voor de Portland Marathon op de magische datum 10-10-10. Er rest deze week nog één training van 10 km zodat de benen niet vergeten wat hardlopen is.
De rustgevende kalmte staat in schril contrast met het volle programma van vorige week. Maandenlang leefden we er naartoe. Elk detail werd gepland. Niet alleen op de dag van de promotie zelf, maar ook de dagen er omheen. Familie en vrienden zien, rijden van hot naar her. Gelukkig was er ook ruimte voor spontaniteit, zoals de jaarlijkse Brandersfeesten in Schiedam met mijn vader. Ik schrok van het vervallen centrum, de oude gevels met kapotte ramen. De heftige veranderingen van het laatste half jaar die gepaard gaan met emigratie doen lijken alsof in Nederland de tijd heeft stilgestaan. Als klein jongetje leek het feest immens groot, de kraampjes ontelbaar. Nu hadden we in een uurtje alles gehad, inclusief portie kibbeling.
Tijdens mijn maandagse hardlooptraining wilde mijn vader graag meefietsen. Het was net als vroeger, behalve dat ik nu voorop liep in plaats van dat we naast elkaar fietsten. We dwaalden tussen de weilanden door, misten een afslag in Schipluiden en gingen in Delft-Zuid door een wijk waar zelfs mijn vader nog nooit was geweest. Bij de keet aan het eind van de Harreweg die, toen ik klein was, de grens van mijn avonturen markeerde kreeg ik een flesje water. Door de versnelling in de laatste 5 km voelde de koude lucht alsof mijn lijf een zee moest splijten. 'De wind valt mee, hè?' zegt mijn vader dan.
We zijn weer terug in Portland. De vorige keer vlogen we het onbekende tegemoet. Nu vlogen we naar huis, naar Pi, naar Yoda, de Fred, de REI, de Max, de OHSU, het Waterfront, Pioneer Square, Jake's, de brouwerijen... In gedachten verzonken arriveer ik bij de kabelbaan. De bestuurder vraagt om mijn badge. Sommige dingen veranderen ook hier niet.
Sjoerd
Geen opmerkingen:
Een reactie posten